Geen categorie

Hoe je vrienden maakt als je twentysomething bent en niet meer in de zandbak speelt3 min read

11 februari 2020 3 min read

author:

Hoe je vrienden maakt als je twentysomething bent en niet meer in de zandbak speelt3 min read

Leestijd: 3 minuten

‘Ik denk dat ik zo aan mezelf twijfel doordat ik niemand heb om het over dit soort dingen te hebben,’ zei ik. Het was bijna vier uur, en ik zat op een stoel tegenover mijn therapeut, vertelde voor het eerst aan iemand dat ik weinig mensen om me heen heb.

‘Niemand?’ vroeg ze, terwijl ze me aankeek.

Ik bleef even stil. Was er echt niemand?

‘Niemand,’ herhaalde ik. ‘De meeste mensen van mijn leeftijd hebben een vriendengroep. Mensen met wie ze in de zandbak speelden of met wie ze dezelfde studie volgden. Ik heb daar niemand aan overgehouden.’

Weer volgde een korte stilte. Je betaalt een therapeut zo’n vijfentachtig euro per uur om je inzichten te geven – en om af en toe ongegeneerd te mogen huilen en je neus te mogen snuiten in een Kleenex-tissue – maar in werkelijkheid stelt ze steeds vragen en wacht ze totdat je zelf met het antwoord komt.

In die stilte realiseerde ik me dat ik het zelf veroorzaakt heb. Eerder dacht ik dat de leuke mensen die ik ontmoette in mijn leven gewoon niet bleven hangen. Dat ze leukere mensen ontmoetten om tijd mee door te brengen, geen behoefte hadden aan vriendschap of al genoeg vrienden hadden.

Nu voelde ik dat het daar niet aan lag. Het lag aan mij. Ik was bang om vrienden te maken. Om tijd in iemand te investeren, mezelf kwetsbaar op te stellen in de wetenschap dat de ander ineens kon stoppen met reageren op mijn WhatsApp-berichtjes of onze koffiedate eindeloos kon uitstellen – net zolang tot ik er niet meer naar zou vragen.

Dus had ik besloten dat het voor mij niet belangrijk was. Dat ik geen vrienden nodig had, het leven zelf wel aankon. Ik stortte me op mijn werk en meldde me bij een organisatie als vrijwilliger. Alles om maar geen lege ruimte in mijn leven te hebben, want dan zou ik die ruimte misschien willen opvullen met leuke dingen. Met vrienden.

Toen het steeds slechter met me ging en ik in een burn-out belandde, merkte ik pas hoe eenzaam ik eigenlijk was. Er was niemand die me belde om te zeggen dat ze al lang niets van me gehoord had. Niemand, behalve mijn vriend, die aan me vroeg of het wel goed met me ging. Niemand die, toen ik eenmaal thuiszat, echt wilde weten hoe ik eraan toe was.

‘Eigenlijk wil je het dus wel?’ vroeg mijn therapeut.

‘Ja,’ zei ik. ‘Eigenlijk wel.’

‘Dan moet je er tijd in steken. Schrijf op welke mensen je kent, vage kennissen, verre familie, buren, iedereen van wie je denkt: diegene zou ik beter willen leren kennen. En spreek met ze af.’

Ik knipperde met mijn ogen. Voor het eerst stelde ze geen vraag. Ik deed wat ze zei, maakte thuis een lijstje met namen. Stuurde app’jes naar mensen die ik lang niet gesproken had. Meldde me aan op een app waarmee je in contact kunt komen met mensen die ook nieuwe mensen willen leren kennen – vriendschappelijk. Ging naar een verjaardag waar ik niemand kende en maakte met zoveel mogelijk mensen een praatje.

Doodeng, maar het werkte. Ik heb inmiddels een vriendin met wie ik om de paar weken afspreek (gevonden via die app, echt waar). Met een andere vriendin ga ik binnenkort naar een museum. En voor de komende tijd staan er koffiedates in mijn agenda met twee kennissen.

Als je iets wil, moet je er tijd in steken. Er ruimte voor maken. De eerste stap zetten om het te veranderen, al is het eng en twijfel je aan jezelf. Het is een simpel, maar belangrijk advies.

En je hoeft me er niet eens vijfentachtig euro voor te betalen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *